| Denkt men aan Volkswagen, dan denkt men aan de oude vertrouwde Kever.
Hij begon zijn carriere lang voordat de Volkswagen-fabrieken gebouwd
waren, namelijk op 17 januari 1934 toen zijn constructeur, Ferdinand
Porsche, met de plannen op tafel kwam. Vier jaren later werd de eerste
steen gelegd voor de "Kraft-durch-Freude-Stadt" in de buurt
van Fallersleben, dat nu Wolfsburg heet. Pas na de oorlog zou de
K.d.F.-wagen in grote getalen gebouwd worden en de Volkswagen-fabriek,
enzijn toenmalige directeur, Heinrich Nordhoff, beroemd maken.
De eerste naoorlogse Kevers werden nog onder toezicht van het Engels
leger in de "Wolfsburg Motor Works" gebouwd. Op 1 januari 1948
werd Heinrich Nordhoff tot directeur benoemd en onder zijn leiding
ontstond in 1949 een export-model.
Na de zomer van 1957 kwamen de Kevers met een grotere voor- en
achterruit uit de fabriek. Twee jaar later werd zowel de vooras als de
achteras gemodificeerd en in augustus 1960 leverde de motor 34 pk. De
wagens die na augustus 1961 gemaakt werden, herkende men van buiten aan
de grote achterlichten met het gedeelde glas.
De volgende stap in de ontwikkeling van de kever bracht een grotere
motor met een inhoud van 1,3 liter. Aan de stevige bumpers en aan de
boven het rechter voorspatbord gemonteerde benzinedop herkende men de
wagens van na augustus 1967.
In augustus 1970 breidde Volkswagen zijn programma uit met de 1302,
waaruit 2 jaren later de 1303 met een bolle voorruit en een ander
dashboard groeide. De nieuwe wagen had een 2 cm langere wielbasis en een
1,5 cm langere neus die, samen met een nieuwe vooras, voor een grotere
kofferruimte en een betere wegligging zorgde. Men herkent deze series
aan hun minder spitse kofferdeksel.
|